Jan en Corrie hebben al 14 jaar een SM-relatie

Naar verluidt hebben Jan en Corry thuis de mooiste speelruimte, met een hoop spullen!
Inderdaad, de zolder van hun rijtjeshuis in Spijkenisse lijkt een winkel. Ladders, takels, een kooi, een gynaeco­logische onderzoekstafel, een paard, een sling, een kruis en een gemakstoel. Talloze boeien, klemmen, riemen, zweepjes, plakken. In de hoek een minibar met kruk­ken. Zelf gemaakt en secuur afgewerkt.


Jan ontrolt een nieuwe ontwerptekening. Dat ene zijka­mertje kan bij de ruimte getrokken worden, twee wan­den kunnen naar achteren, er zou een extra dakkapel ge­maakt moeten worden en tenslotte een stukje van het trappenhuis erbij pakken om als gezellige zithoek in te richten. De ideale SM-zolder, die voorlopig een droom blijft. De geraamde kosten bedragen vijfendertigdui­zend gulden.


Toen Jan (48) en Corry (46) veertien jaar geleden met SM begonnen te experimenteren schrokken ze van de bedragen die de door hen begeerde spullen moesten kos­ten. Jan was als kapitein op de kustvaart in de loop der jaren behoorlijk handig geworden en Corry kon uit de naaimachine toveren wat ze op plaatjes zag, dus waarom gingen ze niet zelf aan de slag?


Op naar de schoenmaker, voor een lap leer. Je kon aan die man niet uitleggen waar je het voor nodig had, dus het was te hard, te dik, onbruikbaar. Op den duur kwam hij op de juiste adressen terecht. Voor echt mooi leer moet je dus in Brabant zijn. Dan haken en ander ijzerspul, ook een kwestie van uitzoeken. Jan kwam zó vaak in een ijzerwarenhandel in Rotterdam dat de eige­naar op een dag vroeg waar hij die spullen eigenlijk voor nodig had? Daar hang ik mijn vrouw mee op, zei Jan. De winkelier geloofde er niets van. Hij? Zijn vrouw ophangen? Dat was toch iets voor enge mensen? Hij liet het maar zo. De zaak bleek Keizer’s IJzer- en Lederhandel op de Zeedijk in Amsterdam. Iedereen kwam er en je kon er het woord SM rustig laten vallen.


Van lieverlee waren ze ook in het inrichten van ander­mans speelruimte gerold. De meeste mensen waren on­handig en naar een aannemer lopen durfden ze niet. Vo­rige week nog hadden ze in Limburg een kruis neergezet en verankerd, wat kettingen opgehangen. Die mensen dolgelukkig.


Prachtige dubbele wanden hadden ze gemaakt, vaak moest het onzichtbaar zijn. De familie mocht het niet weten, kennissen mochten het niet zien. Bouwtechnisch leuk om te doen. Met één ruk een volledige SM-installatie te voorschijn trekken. Takelconstructies tussen pla­fonds aanbrengen: je hoefde maar een tegel weg te halen en alles kwam zoeff! mooi naar beneden. De grootste angst gold de buren, dat werd vaak een obsessie. Vloerbedekkingstegels tegen de wanden, vloeren isoleren en tijdens het spel muziek erbij. Hoorde je de zweep niet. Zelf hadden ze nog nooit klachten gehad, terwijl ze re­gelmatig tot ’s ochtends zes uur bezig waren. Wel had de buurman laatst gevraagd wat Jan toch deed, zaterdag­avond zo tegen twaalf uur. Hoorde hij niet het geluid van een stencilmachine? Dat was de lier geweest.
Jans grootste trots is het riemenpak. Drie maanden heeft hij eraan gewerkt. Niet eerder was hij zo intensief met iets bezig, ’s Nachts lag hij er wakker van. De absolute perfectie wilde hij bereiken. En het is gelukt.


Corry is er weg van. Jan is wel twintig minuten bezig om haar aan te gespen. Daarna zet hij haar vast in de tou­wen. Dan kan ze echt geen kant meer uit. Jan hoeft dan maar ergens aan te trekken en haar benen gaan vanzelf uit elkaar. Totaal willoos kan Jan haar in dit pak maken en dat vindt hij machtig mooi. Met een blinddoek voor komt ze helemaal in haar Zevende Hemel.

SM , zegt Jan, is een piramide. Hoe langer je het doet, des te smaller wordt het draagvlak. Je komt uiteindelijk terecht op dat puntje — je weet niet hoe je verder moet. Je moet een ander spoor vinden. De zweep bijvoorbeeld. Of de vernedering. Zelf zijn ze constant op zoek naar nieuwe materialen, films, contacten. Daarom spelen ze veel met anderen. Andere ruimten, andere materialen, dat inspireert. Ie­der weekend zijn ze onderweg voor SM. De kinderen zijn groot, dus dat scheelt. Vorige week waren ze in Limburg, dit weekend spelen ze bij Shiva in Amsterdam, volgende week willen ze weer eens naar Doma in Den Haag, daar moet Jan toch zijn voor een verbouwinkje.


Corry vindt het ook heerlijk, al die mensen, maar de laatste tijd denkt ze wel eens: ho, ho, lopen we onszelf niet voorbij? Jan beaamt het. Het is reuzespannend met anderen, maar het is te veel op het moment. Misschien vluchten ze een beetje voor elkaar, terwijl ze bezig zouden moeten zijn met het weer opbouwen van het oude niveau tussen hen beiden.

‘Een fantasie. Ik ben op een puur saaie vrouwenvergadering over emancipatie. Tijdens de discussie word ik door een vrouw nogal klemgepraat, ze dwingt me me over iets uit te spreken. Je begrijpt, ik de pest in. De vergadering is afgelopen, ik loop naar mijn auto, een heel mooie BMW. Het regent striemend hard. Staat daar dat kreng van daarnet naast haar Eendje dat niet wil starten. Zeg ik: je kunt wel een lift krijgen. Nee, zegt ze, mooi niet. Ze is kletsnat, maar trots. Uiteindelijk moet ze wel. Ik breng haar weg, maar rijd duidelijk een andere richting uit. Dan krijg ik zogenaamd motorstoring. Het is ge­woon een oud bekend verhaal, hoor. We staan midden in een weiland, de maan schijnt spookachtig door de wol­ken, het onweert en bliksemt. Achterin mijn auto ligt mijn koffertje met materiaal. Ik pak het uit, ik bind haar vast, ze spartelt een beetje tegen, maar op een moment liggen we toch vreselijk te vrijen.’

Bron: VrijNederland 1989