‘Wat moet ik ermee,’ zegt David (37), psycholoog, homoseksueel én masochist. Tijdens zijn studie leerde hij dat SM een perversie is, het onvermogen om op een adequate manier relaties aan te gaan. Dus probeerde hij zijn gevoelens te onderdrukken, maar iedere keer weer staken ze de kop op. Nu is hij in therapie bij iemand die er meer ontspannen tegenover staat. ‘Ik moet mezelf leren kennen en accepteren, dat is wat hij zegt. Het gaat om de lust en hoe je die bij jezelf ontdekt. Wat wil ik? Wil ik gedomineerd worden? Ja, ik vind het heerlijk me te laten gaan, me over te geven. Het is een wisselwerking tussen strafbehoefte en koestering, die heb ik alletwee nodig. Alleen klappen, nee, daar word ik niet geil van.’
David ontmoette Lex (36), coördinator van de homogroep Rotterdam, op een Late Noon-party van de VSSM, een paar maanden geleden. Ze werden meteen verliefd op elkaar. Voor beiden is het de eerste keer dat verliefdheid en SM in een relatie samengaan.
Lex: ‘Tot nu toe, zodra ik verliefd werd op iemand, begon ik met vreemdgaan. Die SM heb ik nodig. Ik zocht hem in SM-bars, op onze party’s in Den Haag, of gewoon in het bos. Wat dat betreft zijn wij flikkers wel bevoordeeld: er zijn vele mogelijkheden om contacten te leggen, om even iemand te pakken.’
Is homo-SM anders dan hetero-SM?
Lex en David denken allebei dat het directer, harder en vooral meer seksueel gericht is.
Lex: ‘Er ging een schok door de vereniging toen de eerste homo op een speelavond — die waren er een paar jaar geleden nog — klaarkwam. Dat was ongepast. Als de hetero’s bij elkaar zijn is er geen genitaal contact. Het zijn net nudisten. Vandaar dat wij die aparte homoactiviteit zijn gestart.’
De kleding in de homo-SM roept — niet alleen bij mij — sterke associaties op met Nazi-Duitsland: leer, uniformen, laarzen, petten. Wat is het aantrekkelijke daarvan?
Lex: ‘Vroeger liep ik met een grote boog om die leerbars heen, ik vond die mannen eng. Door een toeval kwam ik in contact met een jongen die zich helemaal in het leer kleedde. Ineens vond ik het heel spannend. Het rook lekker, het voelde bijzonder aan, als een tweede huid. Sindsdien heb ik ook een leren jack, een prachtige broek en laarzen.
Ik heb wel eens een man met een hond op straat horen zeggen: daar gaan fascisten! Afschuwelijk. Die man maakte natuurlijk een enorme denkfout, maar die wil ik niet gaan lopen stimuleren. Dus ik doe die spullen buiten niet meer aan.
David deed vorige week mijn broek en mijn jasje aan, ik ging door de grond, zo prachtig vond ik het. Die tekeningen van Tom of Finland, blonde mannen met knotsen van pikken in hun broek, vind ik ook schitterend. Waarom? Zou ik zelf zo willen zijn? vraag ik me af. Ik fantaseer ook wel eens dat ik de leiding heb over een grote groep mannen en dat ik dan zeg: en nu allemaal rukken! Zeggen die lui: nee, we hebben nu geen zin, we gaan eten.
Het verbinden van SM met fascisme, dat wijs ik af. Daar hebben mijn fantasietjes niets mee te maken.
Aan de andere kant ben ik blij dat ik die oorlog niet heb meegemaakt. Er zaten aspecten in die een zeer homo-erotische uitstraling hadden. Ik ben er zeker van dat een hoop nichten er in den beginne ingetuind zijn.’
In een hoek van de slaapkamer staat de speeltas. Als gastheer en spelleider van de Late Noon-parties verzorgt Lex ook het groepsmateriaal: er komen altijd wel mensen die niets bij zich hebben en toch iets willen ondernemen. Sinds de komst van aids is hij wat selectiever ge worden. Prikkers (pikbandjes met ijzeren puntjes aan de binnenkant) laat hij thuis, evenals de prik-bh. Wél heeft hij voor gemeenschappelijk gebruik bij zich: een plak (dikke leren lap met handvat), twee zwepen, vier halsbanden, twee stel voet- en twee stel handboeien, een vuistenzak en twee blinddoeken. Voor als hij zelf en publique SM wil doen – wat niet altijd het geval is — bevat de tas nog: een masker, tepelklemmen, pikbandjes, een schuurlapje (‘lekker hoor, met een Scotch Bride over iemands lichaam!’) en een afwasborsteltje.
‘Gelukkig ben ik mijn hele leven al voorzichtig geweest. Van neuken heb ik nooit zo gehouden. De fistfuckersclub bestaat niet meer, die jongens zijn allemaal dood.
Jonge jongens zijn nogal eens huiverig om naar die party’s te komen: daar word ik gepakt en geneukt en krijg ik aids. Als je weet wat je wilt is er geen enkel probleem, maar voor de jonge zoekenden is het een rottijd. We zijn heel bezorgd om de nieuwelingen. Dat ze het leuk vinden, niet angstig worden, dat er respect is. Pak me! is een ruige fantasie. Die jongens zeggen meer dan ze aankunnen en daar moet je rekening mee houden. Wél die fantasie oppakken, de spanning vasthouden, maar voornamelijk verbaal.’
David vertelt over een homo-SM-bijeenkomst in Roermond, waar ze onlangs waren. Mannen liepen elkaar prikkers om te binden. In de kelder was een groep Duitsers aan de gang die maar raak ramden, de flesjes poppers gingen van hand tot hand. ‘Zijn jullie helemaal gek geworden!’ hadden ze geroepen. Ze waren honend weggelachen.
Toen David en Lex elkaar leerden kennen hebben ze zich allebei laten testen. Seronegatief. En zo willen ze het houden.
Bron: VrijNederland 1989













