Als hij thuiskomt trekt hij zijn hemd uit en laat trots de rode striemen zien.

Als hij thuiskomt trekt hij zijn hemd uit en laat trots de rode striemen zien.

Een warm, verzorgd ingericht grachtenpand blijkt Karel (43) te bewonen. De wanden van de woon­kamer torsen boekenkasten en een immense pla­tencollectie.‘De klassieke muziek, dat ben ik,’ zegt hij, ‘en de literatuur is Willekes grote liefde.’ Willeke (40), remedial teacher, en Karel, stafmedewerker van een mu­seum, trouwden zeventien jaar geleden.


Karel had toen twee mislukte verhoudingen achter de rug. Hij was een halfjaar in psychotherapie toen Willeke hem leerde kennen. Een moeilijk iemand, vond ze, hij zei nooit iets. Maar ze zou hem wel opkrikken. Helemaal lukte dat niet. Willeke: ‘We zijn samen door een hel gegaan. Het moeilijke is dat ik leef met iemand die eigenlijk niet leven wil. Ik kan niet zeggen: de zon schijnt, je hebt leuk werk, kop op. Dat werkt niet.’ Karel: ‘Als zij het niet meer aankon en begon te huilen raakte ik verlamd.’
Willeke: ‘Hij zat daar maar verstijfd op die bank en hij zei geen woord. Ik heb erover gedacht om weg te gaan. Ik durfde hem niet alleen te laten.


Het liefst had ik er met Karel zelf over gepraat. We zijn elkaars beste vrienden. Maar dat ging niet, want wat mij dwars zat was hij. Ik was bezig hem in de steigers te hou­den en dat kostte al mijn energie. Dat intense zwijgen.’ Karel: ‘Ik raakte meer en meer geïsoleerd. Alles hield op, mijn hobby’s, mijn interessen, mensen. Vijf ver­schillende therapeuten heb ik gehad en het liep altijd vast. Ik heb bijna twintig jaar psychotherapie gehad. Het heeft geen uitkomst geboden, integendeel kan ik wel zeggen.
Frustratieneurose is de diagnose. Die heb ik waarschijn­lijk omdat ik als kind niet voldoende aandacht van mijn moeder heb gehad, niet genoeg beetgepakt en geknuf­feld. Ik heb wel een rationele ontwikkeling doorge­maakt, maar geen emotionele. Ik verkeer emotioneel dus in een soort kleuterstadium.’


Drie jaar geleden viel Karels oog op een advertentie: Slavinnenmarkt in Doma. Het was de zwartste periode van zijn leven. Thuis — met ziekteverlof — zat hij voorname­lijk aan de dood te denken en hoe die te bereiken. Vanaf het moment dat hij de Doma-club binnenkwam dacht hij: dit wil ik. ‘Ik werd op een tafel gelegd, de meesteres legde touwen over me heen, dikke zware koorden. Ik voelde, en ik voelde intens. Twee keer per week ging ik vanaf toen naar Doma voor een privé-behandeling, van Tanja. Ze zei: dit is niet goed. Ik moest het terugbrengen tot eens in de veertien dagen. Dat vond ik een verstandige beslissing, maar die tussenpozen waren toch te groot. Ik hunkerde ernaar. Sindsdien ga ik één keer per week.


Aan Tanja kan ik me volledig overgeven. Ze is de inspi­ratie geweest om te willen blijven leven. Een halfjaar geleden heb ik mijn therapieën beëindigd. Ik liep bij twee therapeuten tegelijk waar ik drie, vier keer in de week heen ging. Die SM vonden ze prima, maar het zou niets oplossen. Ik moest ergens doorheen van ze. Willeke zou me los moeten laten en ik moest me van Tanja losmaken. Dat wilde ik niet. Ik ben dus niet ergens doorheen gegaan, zoals dat heet, er is niets voor me opgelost, maar de druk van de therapie is weggeval­len en dat doet me goed.


Tijdens het SM-spel word ik ook ongelooflijk emotioneel, ik! Ik word kinderlijk en schaamteloos ongeremd. Ik schreeuw erbij, ik lach, ik kerm. In het begin hield ik niet van strelen. “Sla dat strelen maar over,” zei ik. Willeke mocht mij ook nooit strelen, dat vond ik ronduit verschrikkelijk. Nu vind ik het heer­lijk om zacht aangeraakt te worden, beetgepakt, geknuf­feld, geslagen, vastgebonden. Het is allemaal fijn.’
Willeke is blij dat ze niet meer voor alles hoeft te zorgen. ‘Die SM-verlangens kan ik niet navoelen, ik weet niet wat er diep in Karel omgaat. Ik zie wel dat het hem goed doet en dat slaat op mij over. Hij is minder gespannen, praat meer, is gezellig. Als hij thuiskomt trekt hij zijn overhemd uit en laat me trots zijn striemen zien, echt van die rode striemen op zijn rug. Dan is hij helemaal en­thousiast en natuurlijk roep ik ook: “O, wat prachtig!” en bij mezelf denk ik: als ik maar niet hoef.’


Willeke heeft het wel geprobeerd, een beetje dominant doen. Ze is er onmiddellijk mee gestopt. Ze voelde zich belachelijk. ‘Je zou moeten zien hoe Tanja mij behandelt,’ zegt Karel. En zo gebeurt het ook.

Tanja maakt geen haast. Eerst een kopje thee. Dan neemt ze me mee naar beneden, waar Karel op ons wacht. De ruime kamer is schemerig verlicht, het is er warm. De wanden zijn grotendeels bedekt met spiegels. Attri­buten hangen keurig soort bij soort. In een hoek staat een bed met een leren laken eroverheen. Karel heeft zijn kleren erop gelegd. In een andere hoek staat de nursingstoel met toebehoren, een leren bank met gaten en een bindbank. Naast de wastafel is een zitje. Karel heeft zijn handboeien om, maar worstelt nog met zijn laatste voetboei.


Tanja klikt zijn handen aan de plafondbalk en schuift de voetboeien aan elkaar. Daar staat hij, op een condoom na naakt. Kwetsbaar. Een jongetje. Karel kijkt Tanja ver­wachtingsvol aan. Ze loopt om hem heen, zijn ogen laten haar niet los. Dan pakt ze een kleine zweep en begint. Sneller en sneller en zo te zien steeds ietsje harder. Karel kreunt van plezier. ‘Heerlijk, Tanja!’ roept hij. ‘Ga door!’ Met een mengeling van au en lekker wiegt hij heen en weer. Tot het bijna niet meer uit te houden is. Tanja slaat haar armen om hem heen en woelt door zijn haar. De volgende zweep is gemener, maar toch lekker. Het ritme en de slag worden feller. Karel kronkelt zich in allerlei bochten en maakt flink kabaal. Hij lacht, hij schreeuwt. Zijn blik op haar gericht, tot hij niet meer kan en de ogen sluit.


Tanja maakt hem los, Karel drukt zich tegen haar aan, zijn hoofd op haar schouder. ‘Heerlijk Tanja, zo even kroelen.’ Dan bindt ze hem op zijn rug op de bank, bindt zijn bal­len op, pakt de prik-bh en legt die op zijn borst. Drei­gend kijkend neemt ze aanstalten op hem te gaan liggen. ‘Nee!!’ ‘Als je “genade” roept.’
Dat verdomt hij. Ze ligt al op hem, met haar volle ge­wicht. Maar nee, dit kan hij niet. Zijn ballen doen zo zeer. ‘Als ik je een kusje geef, gaat het dan? Ik weeg maar tweeënzestig kilo, kun je dat niet tillen?’
‘In godsnaam, Tanja, nee, dit kan ik niet.’ Ze is al weg. Wrijft liefdevol zijn borst en maakt zijn ballen los. ‘Dan heb je toch straf verdiend.’
‘Ja, lieve Tanja.’
Het zweepje gaat over zijn borst. Heerlijk! Dan gaat het hard, heel hard. De omarming even later is een zegen. ‘Als ik je knuffel, wil je dan nog meer pijn?’
‘Je zit me onzeker te maken,’ lacht hij, een beetje angstig en zich verkneukelend tegelijk. Het kaarsvet druppelt op zijn tepels. ‘Au! Lekker!’ ‘Niet zo hard ademen, dan blaas je mijn kaars uit. Dat is iets voor slavinnetjes.’


‘Nee! niet op mijn pik! Niet doen hoor, Tanja. Lieve Tanja. Maar ze heeft zijn condoom al afgeschoven. Vijf druppels op zijn eikel. Hij gilt en schreeuwt, maar ‘gena­de’ komt niet over zijn lippen. Ze hurkt op haar knieën om hem over zijn wangen te aaien. Karel heeft het doorstaan. O, wat was dat gemeen, heer­lijk. Tot slot krijgt hij tien flinke slagen met het hysterische zweepje. Een hard hondezweepje met twee leren flapjes aan het uiteinde en Karels favoriet. Tanja heeft het condoom weer omgedaan en terwijl ze Karel overal streelt begint ze hem geconcentreerd af te trekken. De hele sessie lang was hij niet seksueel geprik­keld. Karel ligt onbeweeglijk en maakt geen geluid meer. Hij lijkt volledig van de wereld weg. Tanja wenkt me naderbij en gebaart me Karels voeten te voelen. IJskoud en nat.


Eén schreeuw nog, dan is het voorbij. Tanja buigt zich voorover en kust zijn voorhoofd. ‘O Tanja, lieve lieve Tanja.’ Uitgelaten valt hij haar even later om de hals. ‘Mag ik je bedanken, lieve Tanja, voor deze vorstelijke behande­ling? Het was fantastich!’ Dan loopt hij naar de spiegel en bekijkt trots zijn rug en billen. ‘Goed hè? O, prachtig, heerlijk!’ Het volgende halfuur praat Karel in uitroeptekens, hij vertelt honderduit over zijn werk, zijn favoriete compo­nisten, het concert dat ik niet mag missen.

Sinds tien jaar werkt Tanja (40) als commercieel meesteres. Samen met haar man en het bevriende echtpaar Sabine en John richtte ze de Doma-Society op: drie SM-bladen, diverse videoprodukties per jaar en de club aan de Asterstraat (duizend leden). ‘De mensen die in de club werken,’ zegt manager John (41), ‘zijn allemaal SM’ers. Dat is op zich geen garantie, maar wij houden er wel een bepaalde moraal op na.’ Tanja: ‘We zijn een commerciële club, maar geen bordeel. Iedere dag is hier één meesteres en één slavin. Als je er twee hebt krijg je onderlinge concurrentie.’


In de tien jaar van het clubbestaan hebben de leiders er­van veel zien veranderen. Tanja ziet meer interesse. En de mensen die zij ontmoet zijn wat opener, eerlijker in hun gevoelens. Maar de praktijk van alledag was en is toch dat de meeste mannen die naar Doma komen ongelukkig zijn; al was het maar omdat ze afhankelijk zijn van een commerciële meesteres of slavin. ‘Ze zijn eenzaam,’ zegt Tanja. ‘Ze kunnen niet met anderen over hun gevoelens praten, laat staan iets met hun gevoelens en verlangens doen. Ze zoe­ken allemaal een vrouw die volledig aan hun ideaal be­antwoordt. Zulke vrouwen bestaan niet. Alleen in hun fantasie. Die vinden ze dus niet. “Zoek een vrouw die je accepteert zoals je bent en zoek voor je SM een andere oplossing,” zeg ik tegen ze. Die obsessie, want dat wordt het, moeten ze kwijt. Op den duur hebben ze vier­entwintig uur van de dag SM in hun hoofd.’


Tanja en John hameren op het doorbreken van het taboe op SM. Tegelijkertijd verschuilen ook zij zich, in deze wereld van voornamen, pseudoniemen en postbussen, achter een pseudoniem. ‘Vanwege de kinderen.’ Die weten overal van. Ze heb­ben Doma mogen bekijken. Maar de vriendjes en vrien­dinnetjes, hun ouders, de buren… Nee. Tanja’s oudste dochter heeft op het ogenblik verkering met een jongen verderop in de straat. Zijn ouders mogen het niet te weten komen. Met SM-gevoelens loop je niet te koop. Die houd je voor jezelf of je gaat op zoek naar mensen die je kunt vertrouwen omdat ze net zo zijn als jij. Naar verenigingen als de VSSM, club Doma of Shiva in Amsterdam.


Het geheim dat je deelt met een select gezelschap — je kunt er, hoe beperkt het ook is, je identiteit aan ontle­nen. Sommigen, wie weet velen, houden hun gevoelens zo voor zichzelf dat ze hun geheim met niemand delen. De automasochisten bekennen zich ongewild door een taxa­tiefout die tot ernstig letsel of de dood kan leiden. Onge­lukkige zelfophangingen of ingewikkelde constructies met takels en zelfbondages. Er was een brandende kaars die het touw zou doorbranden, maar het vlammetje doofde. Er was een schaar die net te ver weg lag. De poli­tie registreert deze ongevallen niet apart.

Bron: VrijNederland 1989